Op 't strand waar zand en hemel vloeit, staat oud verweerd hout dat nimmer moeit, terwijl de wolken snel verdwijnen en wandelaars in de verte verschijnen. De wereld draait en haast zich voort, geen mens die naar de stilte hoort, maar trouw blijft daar dat stuk hout staan, in storm en tij, hij zal niet gaan. Ik raak het ruwe oppervlak, een teken van wat nooit verzwakt, standvastig in een wereld snel, hij houdt zijn grond, ik ken hem wel.

